Home Copyright Print deze pagina Zoeken E-mail
 

Handelingen Hulpverleners BIJ Inzet Traumahelikopter

Wat moet u als hulpverlener doen als er een traumahelikopter ingezet wordt bij een ongeval? Waarom mag er geen lint worden gespannen bij de landingsplek van de helikopter? Liggen er nog losse voorwerpen die weg kunnen waaien? Wat kunnen we doen om de ongevalslocatie duidelijker vanuit de lucht zichtbaar te maken?

Hieronder staan de handelingen die wel en niet gedaan moeten worden op een rij.

 
Algemeen

Verwijder voor de landing rondslingerende artikelen.

Geen doeken of kledingstukken neerleggen ter markering van de landingsplaats!

Doof sigaretten en evt. andere open vuren.

Blijf altijd op minimaal 25 meter afstand van de helikopter.

Ook voor andere hulpdiensten (politie, brandweer, ambulance, enz.) geldt:
Op 25 meter afstand blijven tenzij de schroefbladen niet meer draaien. De staartrotor kan u levensgevaarlijk verwonden.

 
In detail

Om de inzet van de trauma- of urgentiehelikopter veilig te laten verlopen is het van belang dat hulpverleners  op de locatie van het ongeval de volgende vuistregels volgen:
 
1Zet altijd de zwaailichten van alle hulpverleningsvoertuigen op een zichtbare plaats aan.
Reden: de helikopter kan hierdoor op een ruimere afstand en sneller de exacte locatie van het ongeval vinden = tijdwinst.
2Markeer nooit een landingsplaats.
Reden: pylonen, linten e.d. waaien tijdens de landing altijd weg.
Daarbij zal de bemanning (helikopterpiloot) zelf een geschikte landingslocatie uitzoeken.
3Bij het landen en het starten kunnen losliggende artikelen, niet degelijk vastgezette of vastgehouden voorwerpen (vb. hoofddeksels) een gevaar vormen voor uzelf, omstanders en voor de helikopter.
4Houdt de omstanders tijdens de landing, na de landing en tijdens de start op een veilige afstand (min. 25 meter) van de helikopter.
5Benader de helikopter alleen maar van voren, terwijl u oogcontact houdt met de vlieger (zit op de rechterstoel) en deze je toestemming geeft de helikopter te mogen benaderen. Dus nooit:
 a. benaderen wanneer de bladen nog ronddraaien;
 b. benaderen van achteren of opzij.
 c. benaderen zonder medeweten van de piloot
6Roken en open vuur is altijd verboden in de nabijheid van de helikopter.
7Bij in- en uitladen altijd vrijblijven van de staartrotor.
8Rijdt nooit met een voertuig tot aan de helikopter (min. afstand 10 meter).
Reden: antennes etc. kunnen de bladen raken en beschadigen. Indien het verkeer verder moet, dient dat in overleg met de piloot uitgevoerd te worden.